Even halt en dan weer door: Roodebeek
Aan de bron van een wijk
Gepubliceerd op
Sluit je ogen en stel je het voor... Midden in de Woluwevallei, vlakbij uitgestrekte onbewerkte velden, kronkelt een beekje: de Roodebeek.
Tussen de 12e en de 14e eeuw ontstaat er een klein dorpje langs de beek. Op de oevers vestigden zich enkele boerderijen en ver uit elkaar gelegen huisjes.
Aan het begin van de 20e eeuw maken de boerderijen geleidelijk plaats voor baksteenfabrieken. En op de heuvels ontstaan steen- en zandgroeven. Dit rustige gehucht wordt beetje bij beetje groter en komt langzaam tot leven met de komst van cafés, winkels en kermissen.
In 1914 verbindt een eerste tram de wijk met het centrum van Brussel. Een paar decennia later opent het Roodebeekpark. De beek verdwijnt geleidelijk uit het landschap in de jaren 1950, door de aanleg van het rioolnetwerk. En toch verlaat ze de wijk niet helemaal.
Vandaag vind je haar terug in de naam van een steenweg en een metrostation. Een multimodaal knooppunt waar elke dag honderden reizigers samenkomen, onderweg tussen het centrum en de buitenwijken van Brussel.
Maar om de ziel van Roodebeek te ontdekken, moet je het voorbeeld van het beekje volgen: de grote wegen verlaten en de minder voor de hand liggende paden nemen. Wie weet vind je zelfs haar bron, verborgen vlak bij de Goudeneilandenlaan.